Terug naar Ecclesianet.nl

11 september en de kwestie Irak

Dr. H. Klink, Ecclesia nr. 19, september 2002

Kort na de aanslagen die op 11 september jl. een jaar geleden in New York en Washington plaatsvonden, zei de heer H.F. Dijkstal, toenmalig fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer: “dit is één van die gebeurtenissen waarvan je zegt: ‘vanaf toen is de wereld niet meer dezelfde’.“
De gebeurtenissen na de 11e september hebben de heer Dijkstal alleen maar in het gelijk gesteld. Tot in ons land toe zijn de gevolgen van wat een jaar geleden gebeurde aan te wijzen. We hoeven maar te denken aan de aardverschuiving in de politieke verhoudingen in Nederland die onlangs door een prominent PvdA-lid in verband gebracht werd met wat een jaar geleden in Amerika gebeurde. Maar vooral in internationaal verband treden allerlei verschuivingen op. De geschiedenis lijkt zich te verhevigen. Op het moment dat ik dit schrijf, lijkt het meer dan waarschijnlijk dat Amerika binnen afzienbare tijd een aanval op Irak zal lanceren. Dit is geheel in lijn met de woorden die de Amerikaanse president George W. Bush vorig jaar in het congres sprak: “We zijn verwikkeld in een oorlog. Een heel ander soort oorlog dan we tot nu toe gekend hebben.“ Bush sprak over een onzichtbare vijand, die systematisch, van stap tot stap uit zijn schuilhoeken verjaagd en bestreden moest worden. Vanwege het andersoortige van dit conflict stelde hij het Amerikaanse volk een oorlog in het vooruitzicht die ook anders zou verlopen dan alle eerdere oorlogen. Er zouden tijden komen waarin er voor het oog weinig gebeurde. Dan ineens zouden de V.S. doelen aanvallen, in landen waar sprake was van steun aan terroristen. Successievelijk zouden die landen aan de beurt komen, die bij terrorisme betrokken waren. Later sprak de president van schurkenstaten. Uitdrukkelijk verwees hij één- en andermaal naar Irak.
President Bush is iemand die langzamerhand bekend staat als een man die doet wat hij zegt. Hij voegt de daad bij het woord. Reden waarom ingewijde journalisten er niet meer aan twijfelen: de aanval op Irak komt. Bush is vastbesloten. Hijzelf vervult de profetie die hij uitsprak.

De wereld is veranderd
Ja, de wereld is veranderd na 11 september 2001. Er is een steeds grotere bewustwording van de dreiging die uitgaat van terroristische bewegingen. De moslimwereld is meer in het vizier gekomen van de Westerse landen, omdat er in sommige moslimstaten ruimte gegeven wordt aan terroristen. In de westerse wereld wint de overtuiging terrein dat zij zelf te tolerant geweest is, te argeloos, te goedgelovig. Geldt dit niet in het bijzonder voor Nederland?!
Toch is het duidelijk dat het besef van op te moeten treden in de wereldgemeenschap meer leeft in de V.S. dan in Europa. Rusland neemt wat dat betreft een middenpositie in. President Poetin heeft te maken met de rebellen in Tsetsjenië, die nauwe banden hadden met Osama bin Laden, zoals reeds te lezen stond in een boek over de president dat in 2000 uitkwam. Daarin stelde overigens een journalist die van de situatie ter plekke op de hoogte was dat de Tsjetsjeense bevolking in 2000 liever te maken had met de Russische militairen dan met de zogenaamde “bevrijders“, die handlanger zijn van Osama bin Laden.
Dat er verschil van inzicht bestaat tussen belangrijke landen in Europa en de V.S. komt dezer dagen heel duidelijk tot uiting in de kwestie Irak. Dit heeft tot gevolg dat er breuklijnen kunnen ontstaan in de E.U. Zo heeft bondskanselier Schröder daags voordat ik dit schrijf zeer onsympathieke taal uitgesproken in de richting van zijn collega Tony Blair, omdat deze ondubbelzinnig achter de regering Bush gaat staan.

De anti-Bush stemming
Hoe moeten we dit beoordelen?
Een eerste opmerking die we in dit verband willen maken is, dat de George W. Bush in West Europa al voordat hij de verkiezingen won weinig sympathie had. De vooringenomenheid bij de links georiënteerde media tegen de ‘rechtse’ en conservatieve (en christelijke) Bush was groot. Nog levendig herinner ik me in de nacht van de verkiezingen in november 2000 het commentaar dat op de Nederlandse T.V. gegeven werd op de uitslag. Toen het er halfweg de nacht op leek dat Al Gore zou gaan winnen, konden de verslaggevers, van wie men enige objectiviteit mag verwachten, hun blijdschap niet langer voor zich houden. Ze juichten en riepen naar elkaar “nu gaat het goed!“ Eén van de Amerika-deskundigen verbloemde niet dat zij Bush een engerd vond. Dezelfde dame werd kort na de aanslagen van vorig jaar geïnterviewd. Alweer moest president Bush het ontgelden. Hij is geen leider van het volk, zo stelde ze. “Een echte leider groeit in dagen van nationale tegenspoed. Dat zie ik Bush niet doen.“ Diezelfde avond moest Bush door emotie overmand enige tijd een antwoord schuldig blijven, vanaf toen vond plaats wat deze dame bij hem miste: hij groeide als leider en werd vervolgens bewonderd door zijn landgenoten. Toch is de scepsis over Bush bij velen in Europa en vooral in Nederland nauwelijks afgenomen. Dit hangt mede samen met zijn opstelling t.o.v. het Kyoto-verdrag en zijn visie op het internationale strafhof voor oorlogsmisdaden dat in Den Haag gevestigd zou moeten worden.
Men kan dus spreken van een anti-Bush stemming in veel Europese landen.
En nu is daar de kwestie Irak. Is de zgn. oorlogszuchtige houding van Bush een zoveelste blijk van eigenzinnigheid? Stort hij zich in een gevaarlijk avontuur, zoals Joschka Fischer stelde? Heeft Nelson Mandela gelijk die Bush sr. belde om hem aan te zetten zijn zoon af te manen van ‘een krankzinnige onderneming’ waarmee hij de wereldvrede op het spel zet?

Vragen en feiten
Voordat men tot zulke verregaande uitspraken komt, zal men zich eerst moeten afvragen hoe de feitelijke situatie is in Irak en met betrekking tot het moslimterrorisme. Het is uiterst moeilijk om zich als leek een oordeel over deze vraag te vormen. Wat weten wij van wat er in Irak gebeurt? Men mag er van uitgaan dat de Amerikaanse regering veel meer weet, dan ze naar buiten brengt. Wie kan bij benadering inschatten welke contacten er vanuit het Witte Huis gelegd zijn met Iraakse intellectuelen, Koerden etc, m.a.w.: wie kan inschatten wat er achter de schermen gebeurt om de regio stabiel te houden bij een verdrijving of terechtstelling van Saddam Hoessein?
Wie kan berekenen welke risico’s Bush neemt en of die risico’s verantwoord zijn? Wie weet wat Saddam Hoessein in zijn schild voert? Wat gebeurt er als men hem zijn gang laat gaan? Wie zal het laatste woord zeggen over zijn wapenarsenaal? Tot welk soort daden komt hij bij een eventuele aanval? 
Een paar zaken staan in ieder geval vast.
Saddam Hoessein weigert sinds jaren wapeninspecties van de V.N. Voor ingewijden, ook bij de V.N., is het een uitgemaakte zaak dat hij dingen te verbergen heeft. Het verleden heeft bovendien uitgewezen dat hij er niet voor terugdeinst massa-vernietigingswapens te gebruiken, zowel in binnen- als in buitenland. De branden op de olievelden in Koeweit in 1991 spreken wat dat betreft voor zich. En wie herinnert zich niet de gasaanvallen op enkele dorpen in het noorden van Irak? De grote vraag is of men zulke figuren als de Iraakse president de kans moet geven om opnieuw groot te worden en zich te bewapenen. Saddam Hoessein heeft getoond geen respect te hebben voor de V.N. En vast staat dat voor hem, evenals voor Al Qaeda, Amerika de grote vijand is. Bovendien bestaat er het vermoeden van banden met Al Qaeda, een groep die te werk gaat als een sluipmoordenaar. Men merkt van voorbereidingen niets - ineens is er een aanslag.

Amerika en Europa
Om die redenen kan men veel begrip hebben voor president Bush. Daar komt nog bij dat wij in Europa de wereldsituatie heel anders inschatten dan de gemiddelde Amerikaan. Wij leven in een heel andere situatie, wij hebben een heel andere geschiedenis. Amerika is een “jong land“. Als natie bestaan de V.S. nog slechts twee eeuwen. In die twee eeuwen zijn de V.S. zeer machtig geworden. Zo machtig dat Russel Kirk in een artikel getiteld America’s Augustan Age? in de jaren negentig de vraag stelde of Amerika kan uitgroeien tot de toonaangevende macht in de wereld, op een zelfde manier als het Romeinse Rijk dat geworden is onder keizer Augustus. De vraag is terecht. De voorsprong van Amerika voor wat betreft bewapening en technologie is zo groot dat geleerden zich afvragen of andere landen in staat zijn die ooit nog in te halen, zeker nu Rusland als grootmacht is weggevallen en China mede door het communistisch stelsel sterk verarmd is. Amerika is als veruit ’s werelds machtigste land uit de Koude Oorlog tevoorschijn gekomen.
Nogmaals: Amerika is dat geworden in ruim tweehonderd jaar!!
En dat zonder grote schokkende revoluties en talrijke oorlogen op eigen bodem meegemaakt te hebben, gebeurtenissen die de Europese geest wel gestempeld hebben. Europa is een koloniale macht geweest en heeft ooit de toon aangegeven. Daarmee heeft Europa een heel andere positie in het wereldgebeuren.
Bovendien bestaat er in Europa, sinds de ideeën van de Franse Revolutie opgeld doen, de neiging om zich als machtigere tegenover de minder bedeelden op voorhand schuldig te voelen. Het besef van zonde en tekort tegenover God, dat in het Westen door de kerk gepredikt werd, bleef bestaan toen de invloed van de kerk minder werd. Het werd getransponeerd tot een schuldbesef tegenover de lagere klassen. Zelfs bij de verlichte vorsten in de 18e eeuw komt men dit tegen. De Franse Revolutie met haar leus vrijheid, gelijkheid broederschap heeft dat besef alleen nog maar aangewakkerd. Amerika kent dit gevoel zo niet. De invloed van het liberalisme en daardoor van het socialisme en communisme is er vele, vele malen minder geweest. In het algemeen gesproken is mede door deze factoren de Amerikaanse geest anders gevormd dan die van de Europeaan. Daar komt nog bij dat de aanslagen van september vorig jaar in Amerika plaats vonden. Amerikanen houden kritische Europeanen voor: “Jullie worden in veel mindere mate door terrorisme bedreigd dan wij. Bij ons vielen de vliegtuigen en ontploften de bommen. Zie hoe wij afgeschilderd worden in Iran en Irak. Amerika heeft dus per definitie te maken met wat er zich in de wereld voordoet. Isolationisme is onmogelijk. Wij kunnen de ogen niet sluiten voor wat zich in de wereld afspeelt.“

Amerika’s roeping?

Russel Kirk, uit wiens werk ik al citeerde, zag in de jaren negentig de mogelijkheid onder ogen dat Amerika zich op internationaal vlak wel moet roeren zoals ooit Rome dat deed. Dit om recht en orde te waarborgen. Dit zou, aldus Kirk, in de 21e eeuw Amerika’s roeping kunnen worden.
Hij stelt daarbij echter zeer indringende vragen. Zit de wereld te wachten op een amerikanisering van het leven? Moeten wij, zoals sommigen willen, de wereld onze democratie en ons consumentisme opdringen? Is daarvan heil te verwachten, dat men in de binnenlanden van Afrika en in het Nabije Oosten Coca Cola drinkt, in jeans gekleed gaat, onze rock muziek draait, houseparties kent etc. Russel Kirk wijst op het grote gevaar daarvan. Op die manier worden hele volksstammen ontworteld met alle gevaren van dien. Dat kan onze roeping, aldus Kirk, nooit zijn. Nee, er kan alleen een Augustan Age voor Amerika komen als Amerika zijn roeping aanvaardt en borg staat voor wat het in het verleden geleerd heeft en door het geloof als gave ontvangen heeft: dat vrijheid en rechtvaardigheid samen gaan. Al het andere destabiliseert.  

Vorig jaar sprak Tony Blair een rede uit, voorafgaand aan de oorlog in Afghanistan. Hij riep de wereld op samen met het Westen de waarden van verdraagzaamheid, vrijheid en vredesgezindheid te aanvaarden. De oproep was welgemeend, maar maakte weinig indruk, omdat de waarden die Blair aanprees geen enkele geloofsverankering hadden. Met geen woord sprak de sympathieke en zeer loyale Blair over een hogere orde waarin gerechtigheid verankerd is.
Russel Kirk wijst er in zijn artikel waarin hij de vraag stelt of het machtige Amerika de roeping heeft om een Augustan Age in te luiden op dat Amerika dit alleen kan, als de regeringsleiders en het volk voor die taak geschikt gemaakt zijn door moed, rechtvaardigheidszin en vooral door het geloof. En hij stelt tot zijn vreugde dat het Amerikaanse volk diepweg het stempel daarvan meedraagt: “Nog steeds kan gezegd worden, hetgeen Burke over Engeland zei, dat ‘atheïsten niet onze wetgevers zijn’. Hoewel de Amerikaanse Liberale Unie er veel aan doet om van onze scholen en openbare gebouwen elke verwijzing naar religieus geloof uit te bannen, blijft het Amerikaanse volk - of de meerderheid daarvan - toch gehecht aan de christelijke moraal, met haar Hebreeuwse wortels. Zoals Tocqueville anderhalve eeuw geleden schreef: ‘de Amerikaanse godsdienst mag dan niet tot de verbeelding spreken, haar invloed op het privé-leven en op het publieke leven is zeer zegenrijk.’ Hetzelfde kan niet gezegd worden over enig andere grootmacht in de wereld van vandaag.“
Bij alle overeenkomst met Blair onderscheidde Bush zich vorig jaar juist met betrekking tot de christelijke moraal. Het onderscheidde ook de gemiddelde Amerikaan van de Europeaan.
Of het nu was op straat, thuis of in een winkel of op de plek des onheils in New York, de gewone passant, de winkelier, de werker bij het W.T. Centre, velen, velen van hen spraken over hun vertrouwen op God.
Kirk wijst erop dat als de verankering in de christelijke moraal er niet is, dit van invloed is op de koers die een regering vaart. Dan wordt amerikanisering als zodanig het parool, en oppervlakkig consumentisme het doel. Pas door verankering in het geloof en door eerbied voor goddelijke geboden, zoals daar ook iets van te merken was bij keizer Augustus en bij hoogstaande Romeinen als Seneca, Horatius, Cicero en Vergilius kan een land aan zijn roeping beantwoorden. Pas door religieus geloof en eerbied voor de geopenbaarde waarheid kan, aldus Kirk, Amerika de roeping die het wellicht heeft, aanvaarden en volbrengen. Zo zal het in staat zijn borg te staan voor vrijheid en recht en tegelijk respect opbrengen voor andere tradities, zoals dat ook tot op zekere hoogte gold voor keizer Augustus.
Hoeveel hangt voor de hele wereld af van de vraag of in het zo machtige Amerika christelijk roepingsbesef en wijsheid hand in hand zullen gaan! Kirk stelt dat er vooralsnog in Amerika weinig mensen zijn die qua wijsheid en moed lijken op Vergilius, Seneca en anderen. Toch wijst hij op allerlei tendensen ten goede en vooral op die diepe verankering van de kerk in het Amerikaanse bewustzijn.
Als het waar is dat wij een nieuw tijdvak in de geschiedenis van de mensheid ingaan - laat het dan zo zijn dat de wijsheid die van boven is Amerika’s politiek stempelt. Dat mag ons gebed wel zijn…tot die God, voor wie de volkeren zijn als een druppel aan een emmer en een stofje in de weegschaal!!

Clinton
Tot slot. Zoals gezegd brengt Amerika’s houding een tweespalt aan het licht in de E.U. Blair steunt Amerika evenals - gelukkig - onze Nederlandse regering. Schröder en Chirac spreken ronduit hun bezwaren uit en weigeren medewerking. De Süddeutsche Zeitung verweet Schröder verkiezingsretoriek. Laat hij die toepassen voor binnenlandse kwesties, maar laat hij zich daarvan onthouden in het internationale diplomatieke verkeer, aldus de krant. De krant stelde dat Schröder zichzelf en het Duitse volk door zijn houding wel eens in een groot isolement kan manoeuvreren, waaraan hij dan wellicht zijn herverkiezing te danken zal hebben, maar waar hij zich slechts met heel veel moeite uit zal kunnen werken. Schröder lijkt om zijn herverkiezing veilig te stellen in te willen spelen op het algemene anti-Bush sentiment, waarover we het hadden. Maar…het moet de zo kritisch ingestelde West-Europeanen toch veel te zeggen hebben dat uitgerekend Bill Clinton, die voor hun besef veel dichter bij hen staat, zich op 3 september jl. in een T.V.- interview vierkant achter Bush stelde. Clinton prees Bush om wat hij tot nu toe gedaan had en gaf hem volledige steun voor zijn plan om Irak aan te vallen. Hij wees de regering alleen op het belang van steun van het congres en consultatie van bondgenoten.… iets dat Bush een dag later in soortgelijke bewoordingen uitsprak…!

!